Skip to content

Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming (UAVG)

Nederlandse uitvoeringswet bij de AVG. Tekst geldend vanaf 01-09-2026. Bron: wetten.overheid.nl (BWBR0040940).

[Art. 1] Definities

[1] Lid

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • bijzondere categorieën van persoonsgegevens: de categorieën van persoonsgegevens, bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de verordening
  • Onze Minister: Onze Minister voor Rechtsbescherming;
  • persoonsgegevens van strafrechtelijke aard: persoonsgegevens betreffende strafrechtelijke veroordelingen en strafbare feiten of daarmee verband houdende veiligheidsmaatregelen als bedoeld in artikel 10 van de verordening;
  • verordening: verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PbEU 2016, L 119).

[Art. 2] Materiële reikwijdte

[2.1] Lid

Deze wet en de daarop berustende bepalingen zijn van toepassing op de geheel of gedeeltelijk geautomatiseerde verwerking van persoonsgegevens, alsmede op de verwerking van persoonsgegevens die in een bestand zijn opgenomen of die bestemd zijn om daarin te worden opgenomen.

[2.2] Lid

In afwijking van het eerste lid, is deze wet niet van toepassing op de verwerking van persoonsgegevens voor zover daarop de Wet basisregistratie personen of de Kieswet van toepassing is.

[2.3] Lid

Behoudens het bepaalde in artikel 3, is deze wet niet van toepassing op de verwerking van persoonsgegevens, bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de verordening.

Verwijst naar AVG 2.2

[Art. 2a] Inachtneming behoeften kleine, middelgrote en micro-ondernemingen

[2a] Lid

De Autoriteit persoonsgegevens neemt bij de toepassing van de verordening de specifieke behoeften van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen als bedoeld in artikel 2 van de bijlage bij Aanbeveling 2003/361/EG van de Commissie van 6 mei 2003 betreffende de definitie van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen (PbEU 2003 L124) in aanmerking.

[Art. 3] Schakelbepaling verwerkingen buiten werkingssfeer verordening

[3.1] Lid

Deze wet en de daarop berustende bepalingen zijn mede van toepassing op de verwerking van persoonsgegevens:

  • in het kader van activiteiten die buiten de werkingssfeer van het Unierecht vallen;
  • door de krijgsmacht bij de uitvoering van activiteiten die binnen de werkingssfeer van titel V, hoofdstuk 2, van het Verdrag betreffende de Europese Unie vallen.
[3.2] Lid

De verordening is van overeenkomstige toepassing op de verwerking van persoonsgegevens, bedoeld in het eerste lid.

[3.3] Lid

Het eerste en het tweede lid zijn niet van toepassing op:

  • de verwerking van persoonsgegevens door de krijgsmacht, voor zover Onze Minister van Defensie daartoe bij besluit of bij ministeriële regeling beslist met het oog op de inzet of het ter beschikking stellen van de krijgsmacht ter uitvoering van de in artikel 97 van de Grondwet omschreven taken;
  • de verwerking van persoonsgegevens voor zover daarop de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017 van toepassing is.
[3.4] Lid

In een besluit of ministeriële regeling als bedoeld in het derde lid, onderdeel a, kunnen beperkingen en voorschriften worden gegeven.

[3.5] Lid

Van een besluit of ministeriële regeling als bedoeld in het derde lid, onderdeel a, wordt zo spoedig mogelijk mededeling gedaan aan de Autoriteit persoonsgegevens.

[Art. 4] Territoriale reikwijdte

[4.1] Lid

Deze wet en de daarop berustende bepalingen zijn van toepassing op de verwerking van persoonsgegevens in het kader van activiteiten van een vestiging van een verwerkingsverantwoordelijke of een verwerker in Nederland.

[4.2] Lid

Deze wet en de daarop berustende bepalingen zijn van toepassing op verwerking van persoonsgegevens van betrokkenen die zich in Nederland bevinden door een niet in de Europese Unie gevestigde verwerkingsverantwoordelijke of verwerker, wanneer de verwerking verband houdt met:

  • het aanbieden van goederen of diensten aan deze betrokkenen in Nederland, ongeacht of een betaling door de betrokkenen is vereist; of
  • het monitoren van hun gedrag, voor zover dit gedrag in Nederland plaatsvindt.

[Art. 5] Toestemming van wettelijk vertegenwoordiger

[5.1] Lid

Indien artikel 8 van de verordening niet van toepassing is en sprake is van toestemming als bedoeld in artikel 4, onderdeel elf, van de verordening en de betrokkene heeft de leeftijd van zestien jaren nog niet bereikt, is in plaats van toestemming van de betrokkene, de toestemming van zijn wettelijk vertegenwoordiger vereist.

[5.2] Lid

Indien de betrokkene onder curatele is gesteld, dan wel ten behoeve van de betrokkene een bewind of mentorschap is ingesteld, geldt voor iedere toestemming als bedoeld in artikel 4, onderdeel elf, van de verordening dat, in de plaats van de toestemming van de betrokkene, die van zijn wettelijk vertegenwoordiger is vereist, voor zover het een aangelegenheid betreft waarvoor de betrokkene onbekwaam dan wel onbevoegd is.

Verwijst naar AVG Art. 4
[5.3] Lid

Toestemming kan te allen tijde worden ingetrokken door:

  • de wettelijk vertegenwoordiger;
  • de betrokkene die de leeftijd van twaalf jaren heeft bereikt, en
  • de wettelijk vertegenwoordiger, indien de betrokkene onder curatele is gesteld, dan wel ten behoeve van de betrokkene een bewind of mentorschap is ingesteld, voor zover het een aangelegenheid betreft waarvoor de betrokkene onbekwaam dan wel onbevoegd is.
[5.4] Lid

Ten aanzien van de rechten van de betrokkene, bedoeld in hoofdstuk III van de verordening, geldt het volgende:

  • indien de betrokkene de leeftijd van twaalf jaren nog niet heeft bereikt, worden deze rechten uitgeoefend door diens wettelijke vertegenwoordiger;
  • indien de betrokkene de leeftijd van twaalf jaren, maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, kunnen deze rechten, behalve door de betrokkene ook uitgeoefend worden door diens wettelijk vertegenwoordiger;
  • indien de betrokkene onder curatele is gesteld of ten behoeve van hem een bewind of mentorschap is ingesteld, worden deze rechten uitgeoefend door diens wettelijk vertegenwoordiger, voor zover het een aangelegenheid betreft waarvoor de betrokkene onbekwaam dan wel onbevoegd is.
Verwijst naar AVG III
[5.5] Lid

Onverminderd artikel 8:21, tweede lid van de Algemene wet bestuursrecht, kan de minderjarige betrokkene die de leeftijd van zestien jaren heeft bereikt in zaken betreffende een schending van zijn rechten uit hoofde van de AVG ten gevolge van een verwerking van zijn persoonsgegevens, zonder bijstand van zijn wettelijk vertegenwoordiger in rechte optreden.

[5.6] Lid

Dit artikel is niet van toepassing op hulp- en adviesdiensten die rechtstreeks en kosteloos aan een minderjarige of een onder curatele gestelde of een persoon ten behoeve van wie een bewind of mentorschap is ingesteld worden aangeboden.

[5.7] Lid

Het eerste tot en met vierde lid zijn niet van toepassing voor zover een bijzondere regeling geldt op grond vanAfdeling 5, titel 7, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek.

[2.1] Oprichting en inrichting van de Autoriteit persoonsgegevens

[Art. 6] Oprichting en aanwijzing als toezichthoudende autoriteit

[6.1] Lid

Er is een Autoriteit persoonsgegevens. De Autoriteit persoonsgegevens bezit rechtspersoonlijkheid.

[6.2] Lid

De Autoriteit persoonsgegevens is de toezichthoudende autoriteit, bedoeld in artikel 51, eerste lid, van de verordening.

Verwijst naar AVG 51.1
[6.3] Lid

Onverminderd artikel 57 van de verordening, heeft de Autoriteit persoonsgegevens tot taak toe te zien op de verwerking van persoonsgegevens overeenkomstig het bij en krachtens de verordening of de wet bepaalde.

Verwijst naar AVG Art. 57
[6.4] Lid

Ter uitvoering van een bindende EU-rechtshandeling kunnen, gehoord de Autoriteit persoonsgegevens, bij regeling van Onze Minister aan de Autoriteit persoonsgegevens taken worden opgedragen.

[Art. 7] Samenstelling

[7.1] Lid

De Autoriteit persoonsgegevens bestaat uit een voorzitter en twee andere leden.

[7.2] Lid

Bij de Autoriteit persoonsgegevens kunnen voorts buitengewone leden worden benoemd. Bij de benoeming van buitengewone leden wordt spreiding over de onderscheidene sectoren van de maatschappij nagestreefd.

[7.3] Lid

De voorzitter, de andere leden en de buitengewone leden van de Autoriteit persoonsgegevens worden bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister, benoemd.

[7.4] Lid

De voorzitter voldoet aan de bij of krachtens artikel 5 van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren gestelde vereisten voor benoembaarheid tot rechter in een rechtbank.

[7.5] Lid

Bij ministeriële regeling worden voorwaarden gesteld en vereiste kwalificaties benoemd waaraan een kandidaat dient te voldoen respectievelijk waarover deze dient te beschikken, om benoemd te kunnen worden als lid van de Autoriteit persoonsgegevens, alsmede regels ten aanzien van de procedure die tot een benoeming als bedoeld in het derde lid leidt.

[7.6] Lid

De benoeming, bedoeld in het derde lid, geldt voor een tijdvak van vijf jaar.

[7.7] Lid

De voorzitter, de andere leden en de buitengewone leden van de Autoriteit persoonsgegevens kunnen eenmaal worden herbenoemd voor een tijdvak van vijf jaar.

[7.8] Lid

Op eigen verzoek worden de voorzitter, de andere leden en de buitengewone leden van de Autoriteit persoonsgegevens door Onze Minister ontslagen.

[7.9] Lid

Artikel 12 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen is niet van toepassing.

[7.10] Lid

Er is een Raad van advies die de Autoriteit persoonsgegevens adviseert over algemene aspecten van de bescherming van persoonsgegevens. De leden zijn afkomstig uit de onderscheidene sectoren van de maatschappij en worden benoemd door Onze Minister, op voordracht van de voorzitter van de Autoriteit persoonsgegevens. De leden worden benoemd voor ten hoogste vier jaar. Herbenoeming kan tweemaal en telkens voor ten hoogste vier jaar plaatsvinden. Bij ministeriële regeling wordt de vergoeding van de kosten aan de leden van de Raad van advies vastgesteld.

[Art. 8] Disciplinaire maatregelen voorzitter en andere leden

[8] Lid

De artikelen 46c, met uitzondering van onderdeel b, 46ca, met uitzondering van het eerste lid, onderdeel b, 46d, tweede lid, 46f, 46g, 46i, met uitzondering van het eerste lid, onderdeel c, en zesde lid, 46j, 46l, eerste en derde lid, 46m, met uitzondering van onderdeel d, 46n,46o en 46p van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren zijn van overeenkomstige toepassing op de voorzitter en de andere leden van de Autoriteit persoonsgegevens, met dien verstande dat:

  • de disciplinaire maatregel bedoeld in artikel 46ca, eerste lid, onderdeel a, ten aanzien van de andere leden van de Autoriteit persoonsgegevens door de voorzitter van de Autoriteit persoonsgegevens wordt opgelegd;
  • het in artikel 46c, onderdeel b, genoemde verbod zich in een onderhoud of een gesprek in te laten met partijen of hun advocaten of gemachtigden of een bijzondere inlichting of schriftelijk stuk van hen aan te nemen, niet op de voorzitter en de andere leden van de Autoriteit persoonsgegevens van toepassing is;
  • de disciplinaire maatregel bedoeld in artikel 46ca, eerste lid, onderdeel a, ten aanzien van de voorzitter van de Autoriteit persoonsgegevens door de president van het gerechtshof Den Haag wordt opgelegd.

[Art. 9] Rechtspositie voorzitter, andere leden en buitengewone leden

[9] Lid

De rechtspositie van de voorzitter, de andere leden en de buitengewone leden wordt geregeld bij of krachtens algemene maatregel van bestuur.

[Art. 10] Secretariaat

[10] Lid

De Autoriteit persoonsgegevens heeft een secretariaat.

[Art. 11] Begroting, verantwoording en vertegenwoordigingsbevoegdheid

[11.1] Lid

De Autoriteit persoonsgegevens stelt jaarlijks voorafgaand aan het desbetreffende begrotingsjaar een ontwerpbegroting op.

[11.2] Lid

In de departementale begroting, bedoeld in artikel 2.1, zesde lid, van de Comptabiliteitswet 2016, kent Onze Minister jaarlijks aan de Autoriteit persoonsgegevens een budget toe ten laste van de rijksbegroting.

[11.3] Lid

De Autoriteit persoonsgegevens stelt de begroting vast in overeenstemming met het budget, bedoeld in het tweede lid.

[11.4] Lid

De Autoriteit persoonsgegevens wordt in en buiten rechte vertegenwoordigd door de voorzitter en de andere leden, dan wel door een van hen.

[11.5] Lid

De leden stellen een verdeling van taken vast en betrekken hierbij zoveel mogelijk de buitengewone leden.

[Art. 12] Beperking inlichtingenplicht jegens minister

[12] Lid

Artikel 20 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen is niet van toepassing indien de Autoriteit persoonsgegevens de informatie van derden heeft verkregen onder de voorwaarde dat het geheime karakter daarvan wordt gehandhaafd.

[Art. 13] Uitzonderingen bevoegdheden inzake beleidsregels, vernietiging en taakverwaarlozing

[13.1] Lid

De artikelen 21 en 22 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen zijn niet van toepassing op de Autoriteit persoonsgegevens.

[13.2] Lid

Artikel 23 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen vindt slechts toepassing ten aanzien van het door de Autoriteit persoonsgegevens gevoerde financiële beheer en de administratieve organisatie.

[2.2] De uitoefening van de taken en bevoegdheden van de Autoriteit persoonsgegevens

[Art. 14] Taken en bevoegdheden

[14.1] Lid

De Autoriteit persoonsgegevens is bevoegd om de taken uit te voeren en de bevoegdheden uit te oefenen die bij of krachtens de verordening zijn toegekend aan de toezichthoudende autoriteit.

[14.2] Lid

Op de voorbereiding van een besluit omtrent goedkeuring van een gedragscode, dan wel de wijziging of uitbreiding daarvan, als bedoeld in artikel 40, vijfde lid, van de verordening is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.

Verwijst naar AVG 40.5
[14.3] Lid

De Autoriteit persoonsgegevens kan in geval van overtreding van het bepaalde in artikel 83, vierde, vijfde of zesde lid, van de verordening een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste de in deze leden genoemde bedragen.

[14.4] Lid

De artikelen 5:4 tot en met 5:10a de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing op corrigerende maatregelen als bedoeld in artikel 58, tweede lid, onderdelen b tot en met j van de verordening.

Verwijst naar AVG 58.2
[14.5] Lid

Onverminderd artikel 4:15 van de Algemene wet bestuursrecht kan de Autoriteit Persoonsgegevens de termijn voor het geven van een beschikking opschorten voor zover dit noodzakelijk is in verband met het naleven van op de Autoriteit Persoonsgegevens rustende verplichtingen op grond van de artikelen 60 tot en met 66 van de verordening. Het derde en vierde lid van artikel 4:15 van de Algemene wet bestuursrecht zijn op deze opschorting van overeenkomstige toepassing.

[14.6] Lid

De bestuurlijke boete komt toe aan de Staat.

[14.7] Lid

Voordat de Autoriteit Persoonsgegevens beleidsregels vaststelt ter bevordering van een consequente toepassing van de verordening of over de uitoefening van haar handhavingsbevoegdheden, dan raadpleegt zij, voor zover passend, belanghebbende partijen. In de onderbouwing van de beleidsregels gaat de Autoriteit Persoonsgegevens in op hetgeen in de consultatie naar voren is gebracht.

[14.8] Lid

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de gevallen waarin het zevende lid toepassing vindt.

[Art. 15] Toezicht op de naleving

[15.1] Lid

Met het toezicht op de naleving van de verordening en op de verwerking van persoonsgegevens overeenkomstig het bij of krachtens de wet bepaalde zijn belast de leden en buitengewone leden van de Autoriteit persoonsgegevens, de ambtenaren van het secretariaat van de Autoriteit persoonsgegevens, alsmede de bij besluit van de Autoriteit persoonsgegevens aangewezen personen.

[15.2] Lid

De in het eerste lid bedoelde personen zijn bevoegd een woning te betreden zonder toestemming van de bewoner.

[15.3] Lid

De in het eerste lid bedoelde personen behoeven voor de uitoefening van de in het tweede lid omschreven bevoegdheid de uitdrukkelijke en bijzondere volmacht van de Autoriteit persoonsgegevens, onverminderd het bepaalde in artikel 2 van de Algemene wet op het binnentreden.

[15.4] Lid

Geen beroep is mogelijk op een geheimhoudingsplicht, voor zover inlichtingen of medewerking wordt verlangd in verband met de eigen betrokkenheid bij de verwerking van persoonsgegevens.

[15.5] Lid

Dit artikel en titel 5.2 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing voor zover dit noodzakelijk is voor een goede uitoefening van de taken die de Autoriteit persoonsgegevens uitvoert in het kader van hoofdstuk VII van de verordening.

Verwijst naar AVG VII

[Art. 16] Last onder bestuursdwang

[16.1] Lid

De Autoriteit persoonsgegevens kan een last onder bestuursdwang opleggen ter handhaving van de bij of krachtens de verordening of deze wet gestelde verplichtingen.

[16.2] Lid

De te betalen geldsom van een verbeurde dwangsom komt toe aan de Staat.

[Art. 17] Boete bij onrechtmatige verwerking persoonsgegevens strafrechtelijke aard

[17.1] Lid

De Autoriteit persoonsgegevens kan in geval van overtreding van het bepaalde in artikel 10 van de verordening of in artikel 31 van deze wet een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste 20.000.000 euro of, voor een onderneming, ten hoogste 4% van de totale wereldwijde jaaromzet in het voorgaande boekjaar indien dit bedrag hoger is.

Verwijst naar AVG Art. 10
[17.2] Lid

Artikel 83, eerste tot en met derde lid, van de verordening zijn van overeenkomstige toepassing.

[17.3] Lid

De bestuurlijke boete komt toe aan de Staat.

[Art. 18] Bestuurlijke boete aan overheden

[18.1] Lid

De Autoriteit persoonsgegevens kan in geval van overtreding van het bepaalde in artikel 83, vierde, vijfde of zesde lid, van de verordening door een overheidsinstantie of een overheidsorgaan een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste de in deze leden genoemde bedragen.

[18.2] Lid

Artikel 83, eerste tot en met derde lid, van de verordening zijn van toepassing.

[18.3] Lid

De bestuurlijke boete komt toe aan de Staat.

[Art. 19] Samenwerking met andere toezichthouders

[19.1] Lid

De Autoriteit persoonsgegevens is bevoegd om in het belang van een efficiënt en effectief toezicht op de verwerking van persoonsgegevens afspraken te maken met andere toezichthouders en daartoe gezamenlijk met deze toezichthouders samenwerkingsprotocollen vast te stellen. Een samenwerkingsprotocol wordt bekendgemaakt in de Staatscourant.

[19.2] Lid

De Autoriteit persoonsgegevens en de toezichthouders, bedoeld in het eerste lid, zijn bevoegd uit eigen beweging en desgevraagd verplicht aan elkaar de gegevens betreffende de verwerking van persoonsgegevens te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van hun taak of om te kunnen voldoen aan een op hen rustende wettelijke verplichting.

[Art. 20] In rechte optreden tegen inbreuken op verordening inzake doorgifte naar derde land

[20.1] Lid

Indien de Autoriteit persoonsgegevens in een onderzoek betreffende de doorgifte van persoonsgegevens naar een land buiten de Europese Unie of naar een internationale organisatie, ingesteld op verzoek van een belanghebbende, gegronde redenen heeft om aan te nemen dat een door de Europese Commissie ten aanzien van het desbetreffende land of de desbetreffende internationale organisatie genomen adequaatheidsbesluit als bedoeld in artikel 45, eerste lid, van de verordening of een door de Europese Commissie genomen besluit met betrekking tot het vaststellen of goedkeuren van standaardbepalingen als bedoeld in artikel 46, tweede lid, onderdelen c en d, van de verordening onvoldoende waarborgen biedt voor een passend niveau van gegevensbescherming, kan de Autoriteit persoonsgegevens bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een verzoek indienen om voor recht te verklaren dat het desbetreffende besluit geldig is.

[20.2] Lid

Het verzoekschrift wordt ondertekend en bevat ten minste:

  • de dagtekening;
  • de gronden van het verzoek;
  • de namen van de belanghebbende en de partij die voorwerp is van het onderzoek, bedoeld in het eerste lid.
[20.3] Lid

Bij het verzoekschrift wordt een afschrift overgelegd van het verzoek van de belanghebbende om handhaving van bij of krachtens wet bepaalde regels inzake de bescherming van persoonsgegevens, waarop het in het tweede lid bedoelde verzoekschrift van de Autoriteit persoonsgegevens betrekking heeft en worden andere op de zaak betrekking hebbende stukken meegezonden.

[20.4] Lid

Onverminderd artikel 4:15 van de Algemene wet bestuursrecht wordt de termijn voor het geven van een beschikking op het verzoek om handhaving opgeschort gerekend vanaf de dag na die waarop de Autoriteit persoonsgegevens de verzoeker meedeelt dat toepassing is gegeven aan het eerste lid, tot de dag waarop de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een uitspraak als bedoeld in het zesde lid heeft gedaan.

[20.5] Lid

Op de behandeling van het verzoek zijn de titels 8.1 en 8.2 van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van de artikelen 8:1 tot en met 8:10, 8:41, de afdelingen 8.2.2a en 8.2.4a en de artikelen 8:70, 8:72 en 8:74. De in het tweede lid, onderdeel c, bedoelde partijen worden als partijen in het geding aangemerkt.

[20.6] Lid

Indien de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, al dan niet na prejudiciële verwijzing op grond van artikel 267 van het Verdrag inzake de werking van de Europese Unie aan het Hof van Justitie van de Europese Unie, tot het oordeel komt dat het aan haar voorgelegde besluit van de Europese Commissie geldig is, dan verklaart zij dat voor recht. Komt zij, na prejudiciële verwijzing aan het Hof van Justitie van de Europese Unie, tot het oordeel dat het aan haar voorgelegde besluit ongeldig is, dan wijst zij het verzoek af.

[20.7] Lid

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State kan besluiten het verzoek aan te houden als er bij het Hof van Justitie van de Europese Unie al een prejudiciële vraag omtrent de geldigheid van het desbetreffende besluit aanhangig is.

[20.8] Lid

Tegen het aanhouden van het verzoek door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, staat geen voorziening open.

[Art. 21] Aanwijzing accrediterende instantie

[21] Lid

Bij ministeriële regeling wordt of de Autoriteit persoonsgegevens of de Raad voor Accreditatie of worden zij beide aangewezen als accrediterende instantie als bedoeld in artikel 43 van de verordening.

Verwijst naar AVG Art. 43

[Art. 21a] Artikel 21a

[21a.1] Lid

De taak van de Autoriteit persoonsgegevens, bedoeld in artikel 6, derde lid, omvat mede het toezicht op de naleving van de krachtens artikel 3:17, zevende lid, van de Wet op het financieel toezicht gestelde verplichtingen met betrekking tot de toegang van betaaldienstverleners tot de persoonsgegevens van betaaldienstgebruikers.

[21a.2] Lid

Met betrekking tot het toezicht, bedoeld in het eerste lid, vindt de samenwerking en uitwisseling van informatie met De Nederlandsche Bank N.V. en andere relevante toezichthouders plaats overeenkomstig artikel 26 van de richtlijn betaaldiensten, bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht.

[21a.3] Lid

De Autoriteit persoonsgegevens kan in geval van overtreding van de krachtens artikel 3.17, zevende lid, van de Wet op het financieel toezicht gestelde verplichtingen aan de overtreder een last opleggen om waar passend, op een nader bepaalde manier en binnen een nader bepaalde termijn, verwerkingen in overeenstemming te brengen met het daar bepaalde. Artikel 16 is van overeenkomstige toepassing.

[21a.4] Lid

De Autoriteit persoonsgegevens kan in geval van een overtreding van de krachtens artikel 3.17, zevende lid, van de Wet op het financieel toezicht gestelde verplichtingen aan de overtreder een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste 20.000.000 euro of, indien dit meer is, ten hoogste 4% van de totale wereldwijde jaaromzet in het voorgaande boekjaar. Artikel 83, tweede en derde lid, van de verordening is van overeenkomstige toepassing.

[21a.5] Lid

De bestuurlijke boete en de te betalen geldsom van een verbeurde dwangsom komen toe aan de Staat.

[Art. 21b] Artikel 21b

[21b.1] Lid

De Autoriteit Persoonsgegevens maakt een door haar genomen beschikking tot het opleggen van een bestuurlijke sanctie openbaar, behoudens voor zover artikel 5.1, eerste, tweede en vijfde lid van de Wet open overheid, aan openbaarmaking in de weg staan.

[21b.2] Lid

De openbaarmaking van de beschikking geschiedt niet eerder dan nadat tien werkdagen zijn verstreken na de dag waarop de beschikking aan de overtreder bekend is gemaakt, tenzij de overtreder de beschikking of de inhoud ervan, zelf heeft openbaar gemaakt, heeft doen openbaar maken of heeft aangegeven geen bedenkingen te hebben tegen eerdere openbaarmaking.

[21b.3] Lid

Indien wordt verzocht om een voorlopige voorziening als bedoeld in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht, wordt de openbaarmaking van de beschikking opgeschort totdat de voorzieningenrechter uitspraak heeft gedaan of het verzoek is ingetrokken.

[21b.4] Lid

Het eerste tot en met het derde lid zijn mede van toepassing op een door de Autoriteit Persoonsgegevens genomen beslissing op bezwaar strekkend tot het opleggen van een bestuurlijke sanctie.

[3.1] Bijzondere categorieën van persoonsgegevens

[Art. 22] Verwerkingsverbod bijzondere categorieën persoonsgegevens en algemene uitzonderingen uit verordening

[22.1] Lid

Overeenkomstig artikel 9, eerste lid, van de verordening zijn verwerking van persoonsgegevens waaruit ras of etnische afkomst, politieke opvattingen, religieuze of levensbeschouwelijke overtuigingen, of het lidmaatschap van een vakbond blijken, en verwerking van genetische gegevens, biometrische gegevens met het oog op de unieke identificatie van een persoon, of gegevens over gezondheid, of gegevens met betrekking tot iemands seksueel gedrag of seksuele gerichtheid verboden.

Verwijst naar AVG 9.1
[22.2] Lid

Overeenkomstig artikel 9, tweede lid, onderdelen a, c, d, e en f, van de verordening is het verbod om bijzondere categorieën van persoonsgegevens te verwerken niet van toepassing, indien:

  • de betrokkene uitdrukkelijke toestemming heeft gegeven voor de verwerking van die persoonsgegevens voor een of meer welbepaalde doeleinden;
  • de verwerking noodzakelijk is ter bescherming van de vitale belangen van de betrokkene of van een andere natuurlijke persoon, indien de betrokkene fysiek of juridisch niet in staat is zijn toestemming te geven;
  • de verwerking wordt verricht door een stichting, een vereniging of een andere instantie zonder winstoogmerk die op politiek, levensbeschouwelijk, godsdienstig of vakbondsgebied werkzaam is, in het kader van haar gerechtvaardigde activiteiten en met passende waarborgen, mits de verwerking uitsluitend betrekking heeft op de leden of de voormalige leden van de instantie of op personen die in verband met haar doeleinden regelmatig contact met haar onderhouden, en de persoonsgegevens niet zonder de toestemming van de betrokkenen buiten die instantie worden verstrekt;
  • de verwerking betrekking heeft op persoonsgegevens die kennelijk door de betrokkene openbaar zijn gemaakt; of
  • de verwerking noodzakelijk is voor de instelling, uitoefening of verdediging van een rechtsvordering, of wanneer gerechten handelen in het kader van hun rechtsprekende taken.
Verwijst naar AVG 9.2

[Art. 23] Nationaalrechtelijke algemene uitzonderingen

[23] Lid

Gelet op artikel 9, tweede lid, onderdeel g, van de verordening, is het verbod om bijzondere categorieën van persoonsgegevens te verwerken niet van toepassing, indien:

  • de verwerking noodzakelijk is ter voldoening aan een volkenrechtelijke verplichting;
  • de gegevens worden verwerkt door de Autoriteit persoonsgegevens, het College voor de rechten van de mens of een ombudsman als bedoeld in artikel 9:17 van de Algemene wet bestuursrecht, en voor zover de verwerking noodzakelijk is voor de uitvoering van de hun wettelijk opgedragen taken, onder voorwaarde dat bij die uitvoering is voorzien in zodanige waarborgen dat de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene niet onevenredig wordt geschaad; of
  • de verwerking noodzakelijk is in aanvulling op de verwerking van persoonsgegevens van strafrechtelijke aard voor de doeleinden waarvoor deze gegevens worden verwerkt.
Verwijst naar AVG 9.2

[Art. 24] Uitzonderingen voor wetenschappelijk of historisch onderzoek of statistische doeleinden

[24] Lid

Gelet op artikel 9, tweede lid, onderdeel j, van de verordening, is het verbod om bijzondere categorieën van persoonsgegevens te verwerken niet van toepassing, indien:

  • de verwerking noodzakelijk is met het oog op wetenschappelijk of historisch onderzoek of statistische doeleinden overeenkomstig artikel 89, eerste lid, van de verordening;
  • het onderzoek, bedoeld in onderdeel a, een algemeen belang dient;
  • het vragen van uitdrukkelijke toestemming onmogelijk blijkt of een onevenredige inspanning kost; en
  • bij de uitvoering is voorzien in zodanige waarborgen dat de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene niet onevenredig wordt geschaad.
Verwijst naar AVG 9.2 AVG 89.1

[Art. 25] Uitzonderingen inzake verwerking persoonsgegevens waaruit ras of etnische afkomst blijkt

[25] Lid

Gelet op artikel 9, tweede lid, onderdeel g, van de verordening, is het verbod om persoonsgegevens te verwerken waaruit ras of etnische afkomst blijkt, niet van toepassing, indien de verwerking geschiedt:

  • met het oog op de identificatie van de betrokkene, en slechts voor zover de verwerking voor dat doel onvermijdelijk is; of
  • met het doel personen van een bepaalde etnische of culturele minderheidsgroep een bevoorrechte positie toe te kennen teneinde feitelijke nadelen, verband houdende met de grond ras of etnische afkomst, op te heffen of te verminderen, en slechts voor zover:
    • de verwerking voor dat doel noodzakelijk is;
    • de gegevens betrekking hebben op het geboorteland van de betrokkene, diens ouders of diens grootouders, dan wel op andere, bij wet vastgestelde criteria op grond waarvan op objectieve wijze vastgesteld kan worden of iemand tot een bepaalde etnische of culturele minderheidsgroep behoort; en
    • de betrokkene tegen de verwerking geen schriftelijk bezwaar heeft gemaakt.
Verwijst naar AVG 9.2

[Art. 26] Uitzonderingen inzake verwerking persoonsgegevens waaruit politieke opvattingen blijken voor vervulling openbare functies

[26] Lid

Gelet op artikel 9, tweede lid, onderdeel g, van de verordening, is het verbod om persoonsgegevens te verwerken waaruit politieke opvattingen blijken, niet van toepassing, indien de verwerking geschiedt met het oog op de eisen die met betrekking tot politieke opvattingen in redelijkheid kunnen worden gesteld in verband met de vervulling van functies in bestuursorganen en adviescolleges.

Verwijst naar AVG 9.2

[Art. 27] Uitzonderingen inzake verwerking persoonsgegevens waaruit religieuze of levensbeschouwelijke overtuigingen blijken voor geestelijke verzorging

[27.1] Lid

Gelet op artikel 9, tweede lid, onderdeel g, van de verordening, is het verbod om persoonsgegevens te verwerken waaruit religieuze of levensbeschouwelijke overtuigingen blijken, niet van toepassing, indien de verwerking geschiedt door andere instellingen dan de instellingen, bedoeld in artikel 22, tweede lid, onderdeel c, en voor zover de verwerking noodzakelijk is met het oog op de geestelijke verzorging van de betrokkene, tenzij deze daartegen schriftelijk bezwaar heeft gemaakt.

Verwijst naar AVG 9.2
[27.2] Lid

In de gevallen, bedoeld in het eerste lid, worden geen persoonsgegevens aan derden verstrekt zonder toestemming van de betrokkene.

[Art. 28] Uitzonderingen inzake genetische gegevens

[28.1] Lid

Gelet op artikel 9, tweede lid, onderdeel g, van de verordening, is het verbod om genetische gegevens te verwerken niet van toepassing, indien deze verwerking plaatsvindt met betrekking tot de betrokkene bij wie de desbetreffende gegevens zijn verkregen.

Verwijst naar AVG 9.2
[28.2] Lid

Gelet op artikel 9, vierde lid, van de verordening, is in andere gevallen dan bedoeld in het eerste lid, het verbod om genetische gegevens te verwerken uitsluitend niet van toepassing indien:

  • een zwaarwegend geneeskundig belang prevaleert; of
  • de verwerking noodzakelijk is ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek dat een algemeen belang dient of ten behoeve van statistiek, indien:
    • de betrokkene uitdrukkelijke toestemming heeft gegeven; en
    • bij de uitvoering is voorzien in zodanige waarborgen dat de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene niet onevenredig wordt geschaad.
Verwijst naar AVG 9.4
[28.3] Lid

Toestemming als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, is niet vereist, indien het vragen van uitdrukkelijke toestemming onmogelijk blijkt of een onevenredige inspanning vergt.

[Art. 29] Uitzonderingen inzake biometrische gegevens

[29] Lid

Gelet op artikel 9, tweede lid, onderdeel g, van de verordening, is het verbod om biometrische gegevens met het oog op de unieke identificatie van een persoon te verwerken niet van toepassing, indien de verwerking noodzakelijk is voor authenticatie of omwille van beveiligingsdoeleinden en slechts voor zover dit noodzakelijk is vanwege een zwaarwegend algemeen belang van rechtmatige toegang tot bepaalde plaatsen, gebouwen, diensten, producten, informatiesystemen of werkprocessystemen.

Verwijst naar AVG 9.2

[Art. 30] Uitzonderingen inzake gegevens over gezondheid

[30.1] Lid

Gelet op artikel 9, tweede lid, onderdeel b, van de verordening, is het verbod om gegevens over gezondheid te verwerken niet van toepassing, indien de verwerking geschiedt door bestuursorganen, pensioenfondsen, werkgevers of instellingen die te hunnen behoeve werkzaam zijn, en voor zover de verwerking noodzakelijk is voor:

  • een goede uitvoering van wettelijke voorschriften, pensioenregelingen of collectieve arbeidsovereenkomsten die voorzien in aanspraken die afhankelijk zijn van de gezondheidstoestand van de betrokkene; of
  • de re-integratie of begeleiding van werknemers of uitkeringsgerechtigden in verband met ziekte of arbeidsongeschiktheid.
Verwijst naar AVG 9.2
[30.2] Lid

Gelet op artikel 9, tweede lid, onderdeel g, van de verordening, is het verbod om gegevens over gezondheid te verwerken niet van toepassing, indien de verwerking geschiedt door:

  • scholen, voor zover de verwerking met het oog op de speciale begeleiding van leerlingen of het treffen van bijzondere voorzieningen in verband met hun gezondheidstoestand noodzakelijk is;
  • een reclasseringsinstelling, een bijzondere reclasseringsambtenaar, de raad voor de kinderbescherming, de gecertificeerde instelling, bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet, of de rechtspersoon, bedoeld in artikel 256, eerste lid, of artikel 302, tweede lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, voor zover de verwerking noodzakelijk is voor de uitvoering van de aan hen opgedragen wettelijke taken; of
  • Onze Minister en Onze Minister van Justitie en Veiligheid voor zover de verwerking in verband met de tenuitvoerlegging van vrijheidsbenemende maatregelen noodzakelijk is.
Verwijst naar AVG 9.2
[30.3] Lid

Gelet op artikel 9, tweede lid, onderdeel g en h, van de verordening, is het verbod om gegevens over gezondheid te verwerken niet van toepassing indien de verwerking geschiedt door:

  • hulpverleners, instellingen of voorzieningen voor gezondheidszorg of maatschappelijke dienstverlening, voor zover de verwerking noodzakelijk is met het oog op een goede behandeling of verzorging van de betrokkene dan wel het beheer van de betreffende instelling of beroepspraktijk; of
  • verzekeraars als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht of financiële dienstverleners die bemiddelen in verzekeringen als bedoeld in artikel 1:1 van die wet, voor zover de verwerking noodzakelijk is voor:
    • de beoordeling van het door de verzekeraar te verzekeren risico en de betrokkene geen bezwaar heeft gemaakt; of
    • de uitvoering van de overeenkomst van verzekering dan wel het assisteren bij het beheer en de uitvoering van de verzekering.
Verwijst naar AVG 9.2
[30.4] Lid

Indien toepassing wordt gegeven aan het eerste, tweede of derde lid, worden de gegevens alleen verwerkt door personen die uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift dan wel krachtens een overeenkomst tot geheimhouding zijn verplicht. Indien de verwerkingsverantwoordelijke persoonlijk gegevens verwerkt en op hem niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift een geheimhoudingsplicht rust, is hij verplicht tot geheimhouding van de gegevens, behoudens voor zover de wet hem tot mededeling verplicht of uit zijn taak de noodzaak voortvloeit dat de gegevens worden meegedeeld aan anderen die krachtens het eerste, tweede of derde lid bevoegd zijn tot verwerking daarvan.

[30.5] Lid

Het verbod om andere bijzondere categorieën van persoonsgegevens te verwerken is niet van toepassing, indien de verwerking noodzakelijk is in aanvulling op de verwerking van gegevens over gezondheid, bedoeld in het derde lid, aanhef en onderdeel a, met het oog op een goede behandeling of verzorging van de betrokkene.

[30.6] Lid

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen omtrent de toepassing van het eerste lid en het derde lid, aanhef en onderdeel b, nadere regels worden gesteld.

[Art. 30a] Uitzonderingen inzake gegevens over de gezondheid – overdracht van dossiers door hulpverleners

[30a.1] Lid

Onder verwerking als bedoeld in artikel 30, derde lid, aanhef en onder a, worden met het oog op het voldoen aan de bewaarplicht, bedoeld in artikel 454, derde lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, en het bijbehorende beheer, mede de volgende handelingen verstaan:

  • dossiers als bedoeld in artikel 454, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek door de hulpverlener met wie de overeenkomst inzake geneeskundige behandeling is gesloten overdragen aan een hulpverlener, instelling of voorziening voor gezondheidszorg of maatschappelijke dienstverlening die zorg gaat dragen voor het bewaren en beheren van de dossiers;
  • dossiers als bedoeld in artikel 454, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek bewaren en beheren door een andere hulpverlener, instelling of voorziening voor gezondheidszorg of maatschappelijke dienstverlening, dan de hulpverlener met wie de overeenkomst inzake geneeskundige behandeling is gesloten.
[30a.2] Lid

In een geval als bedoeld in het eerste lid, onder a, wordt de betrokkene geïnformeerd over de overdracht en gewezen op de van toepassing zijnde rechten. Indien het informeren onmogelijk is of onevenredig veel inspanning vergt of de persoonsgegevens vertrouwelijk moeten blijven uit hoofde van een beroepsgeheim, wordt in ieder geval tijdig in algemene bewoordingen brede kenbaarheid gegeven aan de gegevensverwerking.

[30a.3] Lid

Als in een geval als bedoeld in het eerste lid, onder b, de betrokkene op grond van artikel 14, vijfde lid, onder b of d, van de verordening niet wordt geïnformeerd, wordt als passende maatregel in ieder geval tijdig in algemene bewoordingen brede kenbaarheid gegeven aan de gegevensverwerking.

Verwijst naar AVG 14.5
[30a.4] Lid

Het overdragen van dossiers, bedoeld in het eerste lid, geschiedt kosteloos.

[30a.5] Lid

Bij regeling van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport kunnen nadere regels worden gesteld over de toepassing van het eerste, tweede of derde lid.

[30a.6] Lid

In situaties als bedoeld in het eerste lid, mag de overdracht van dossiers plaatsvinden zonder de toestemming van de patiënt als bedoeld in artikel 457, eerste lid, eerste volzin, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek.

[Art. 30b] Uitzonderingen inzake gegevens over de gezondheid – overdracht van dossiers door anderen dan hulpverleners

[30b.1] Lid

Gelet op artikel 9, tweede lid, onderdeel h, van de verordening, is het verbod om gegevens over gezondheid te verwerken niet van toepassing op het overdragen van dossiers als bedoeld in artikel 454, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek met het oog op het voldoen aan de bewaarplicht, bedoeld in artikel 454, derde lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, en het bijbehorende beheer door degene die geen hulpverlener is aan een hulpverlener, instelling of voorziening voor gezondheidszorg of maatschappelijke dienstverlening, als deze hulpverlener, instelling of voorziening voor gezondheidszorg of maatschappelijke dienstverlening zorg gaat dragen voor het bewaren en beheren van de dossiers.

Verwijst naar AVG 9.2
[30b.2] Lid

De artikelen 30, vierde lid, en 30a, derde tot en met zesde lid, zijn van overeenkomstige toepassing.

[3.2] Persoonsgegevens van strafrechtelijke aard

[Art. 31] Uitzonderingen op de verplichting tot verwerking onder overheidstoezicht

[31] Lid

Onverminderd artikel 10 van de verordening mogen persoonsgegevens van strafrechtelijke aard alleen worden verwerkt voor zover dit krachtens de artikelen 32 en 33 is toegestaan.

Verwijst naar AVG Art. 10

[Art. 32] Algemene uitzonderingsgronden inzake gegevens van strafrechtelijke aard

[32] Lid

Gelet op artikel 10 van de verordening mogen persoonsgegevens van strafrechtelijke aard worden verwerkt, indien:

  • de betrokkene uitdrukkelijke toestemming heeft gegeven voor de verwerking van die persoonsgegevens voor een of meer welbepaalde doeleinden;
  • de verwerking noodzakelijk is ter bescherming van de vitale belangen van de betrokkene of van een andere natuurlijke persoon, indien de betrokkene fysiek of juridisch niet in staat is zijn toestemming te geven;
  • de verwerking betrekking heeft op persoonsgegevens die kennelijk door de betrokkene openbaar zijn gemaakt;
  • de verwerking noodzakelijk is voor de instelling, uitoefening of onderbouwing van een rechtsvordering, of wanneer gerechten handelen in het kader van hun rechtsprekende taken;
  • de verwerking noodzakelijk is om redenen van zwaarwegend algemeen belang als bedoeld in artikel 23, onderdelen a en b; of
  • de verwerking noodzakelijk is met het oog op wetenschappelijk of historisch onderzoek of statistische doeleinden overeenkomstig artikel 89, eerste lid, van de verordening, en is voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 24, onderdelen b tot en met d.

[Art. 33] Overige uitzonderingsgronden inzake gegevens van strafrechtelijke aard

[33.1] Lid

Gelet op artikel 10 van de verordening mogen persoonsgegevens van strafrechtelijke aard worden verwerkt, indien:

  • de verwerking geschiedt door organen die krachtens de wet zijn belast met de toepassing van het strafrecht, dan wel door verwerkingsverantwoordelijken die deze hebben verkregen krachtens de Wet politiegegevens of de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens;
  • de verwerking geschiedt door en ten behoeve van publiekrechtelijke samenwerkingsverbanden van verwerkingsverantwoordelijken of groepen van verwerkingsverantwoordelijken, indien:
    • de verwerking noodzakelijk is voor de uitvoering van de taak van deze verwerkingsverantwoordelijken of groepen van verwerkingsverantwoordelijken; en
    • bij de uitvoering is voorzien in zodanige waarborgen dat de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene niet onevenredig wordt geschaad; of
  • de verwerking noodzakelijk is in aanvulling op de verwerking van gegevens over gezondheid, bedoeld in artikel 30, derde lid, aanhef en onderdeel a, met het oog op een goede behandeling of verzorging van de betrokkene.
Verwijst naar AVG Art. 10
[33.2] Lid

Persoonsgegevens van strafrechtelijke aard mogen worden verwerkt door de verwerkingsverantwoordelijke die deze gegevens ten eigen behoeve verwerkt:

  • ter beoordeling van een verzoek van betrokkene om een beslissing over hem te nemen of aan hem een prestatie te leveren; of
  • ter bescherming van zijn belangen, voor zover het gaat om strafbare feiten die zijn of op grond van feiten en omstandigheden naar verwachting zullen worden gepleegd jegens hem of jegens personen die in zijn dienst zijn.
[33.3] Lid

Persoonsgegevens van strafrechtelijke aard over personeel in dienst van de verwerkingsverantwoordelijke mogen uitsluitend worden verwerkt, indien dit geschiedt overeenkomstig regels die zijn vastgesteld in overeenstemming met de procedure bedoeld in de Wet op de ondernemingsraden.

[33.4] Lid

Persoonsgegevens van strafrechtelijke aard mogen ten behoeve van derden worden verwerkt:

  • door verwerkingsverantwoordelijken die optreden krachtens een vergunning op grond van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus;
  • indien deze derde een rechtspersoon is die in dezelfde groep is verbonden als bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek; of
  • indien de Autoriteit persoonsgegevens met inachtneming van het vijfde lid een vergunning voor de verwerking heeft verleend.
[33.5] Lid

Persoonsgegevens van strafrechtelijke aard mogen worden verwerkt indien de verwerking noodzakelijk is voor een door een accountant te verrichten bij wettelijk voorschrift voorgeschreven opdracht.

[33.6] Lid

Een vergunning als bedoeld in het vierde lid, onderdeel c, kan slechts worden verleend, indien de verwerking noodzakelijk is met het oog op een zwaarwegend belang van derden en bij de uitvoering is voorzien in zodanige waarborgen dat de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene niet onevenredig wordt geschaad. Aan de vergunning kunnen voorschriften worden verbonden.

[3.3] Rechtsbescherming

[Art. 34] Toepasselijkheid Algemene wet bestuursrecht bij beslissing van bestuursorganen

[34] Lid

Een schriftelijke beslissing op een verzoek als bedoeld in de artikelen 15 tot en met 22 van de verordening wordt genomen binnen de in artikel 12, derde lid, van de verordening genoemde termijnen en geldt, voor zover deze is genomen door een bestuursorgaan, als een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht.

[Art. 35] Toepasselijkheid burgerlijk recht bij beslissing van niet-bestuursorganen

Overeenkomst met AVG Art. 79
[35.1] Lid

Indien de beslissing op een verzoek als bedoeld in artikel 34 is genomen door een ander dan een bestuursorgaan, kan de belanghebbende zich tot de rechtbank wenden met het schriftelijk verzoek de verwerkingsverantwoordelijke te bevelen het verzoek als bedoeld in de artikelen 15 tot en met 22 van de verordening alsnog toe of af te wijzen.

[35.2] Lid

Het verzoekschrift wordt ingediend binnen zes weken na ontvangst van het antwoord van de verwerkingsverantwoordelijke. Indien de verwerkingsverantwoordelijke niet binnen de in artikel 12, derde lid, van de verordening genoemde termijnen heeft geantwoord, is de indiening van het verzoekschrift niet aan een termijn gebonden.

Verwijst naar AVG 12.3
[35.3] Lid

De rechtbank wijst het verzoek toe, voor zover zij dit gegrond oordeelt. Alvorens de rechtbank beslist, stelt zij zo nodig de belanghebbenden in de gelegenheid hun zienswijze naar voren te brengen.

[35.4] Lid

De indiening van het verzoekschrift behoeft niet door een advocaat te geschieden.

[35.5] Lid

De derde afdeling van de vijfde titel van het Tweede Boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is van overeenkomstige toepassing.

[35.6] Lid

De rechtbank kan partijen en anderen verzoeken binnen een door haar te bepalen termijn schriftelijke inlichtingen te geven en onder hen berustende stukken in te zenden. De verwerkingsverantwoordelijke en belanghebbende zijn verplicht aan dit verzoek te voldoen. De artikelen 8:45, tweede en derde lid, en 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing.

[Art. 36] Geschilbeslechting door Autoriteit persoonsgegevens of via gedragscode

[36.1] Lid

De belanghebbende kan zich ook binnen de termijn bepaald voor het instellen van beroep op grond van de Algemene wet bestuursrecht, dan wel die, bedoeld in artikel 35, tweede lid, tot de Autoriteit persoonsgegevens wenden met het verzoek te bemiddelen of te adviseren in zijn geschil met de verwerkingsverantwoordelijke, dan wel gebruik maken van een geschillenbeslechtingsregeling als bedoeld in artikel 40, tweede lid, onderdeel k, van de verordening, op grond van een goedgekeurde gedragscode als bedoeld in artikel 40, vijfde lid, van de verordening. In dat geval kan het beroep in afwijking van artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht nog worden ingesteld dan wel de procedure ingevolge artikel 35 nog aanhangig worden gemaakt nadat de belanghebbende van de Autoriteit persoonsgegevens bericht heeft ontvangen dat de behandeling van de zaak is beëindigd of ingevolge de geschillenbeslechtingsregeling, bericht heeft ontvangen dat de behandeling van de zaak is beëindigd, doch uiterlijk zes weken na dat tijdstip.

[36.2] Lid

Tijdens de behandeling van het beroep en de procedure, bedoeld in het eerste lid, kunnen de instanties die zijn belast met de behandeling van het geschil, advies van de Autoriteit persoonsgegevens inwinnen.

[Art. 37] Vertegenwoordiging van betrokkenen

Overeenkomst met AVG Art. 80
[37] Lid

Een verwerking kan niet ten grondslag worden gelegd aan een vordering als bedoeld in artikel 305a, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek of een beroep ingesteld in een bestuursrechtelijke procedure door een belanghebbende in de zin van artikel 1:2, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht, voor zover degene die door deze verwerking wordt getroffen, daartegen bezwaar heeft.

[Art. 38] Opschortende werking bezwaar en beroep

[38] Lid

De werking van de beschikking tot oplegging van de bestuurlijke boete wordt opgeschort totdat de bezwaar- of beroepstermijn is verstreken of, indien bezwaar is gemaakt of beroep is ingesteld, totdat op het bezwaar of het beroep is beslist.

[3.4] De functionaris voor gegevensbescherming

[Art. 39] Geheimhoudingsplicht

[39] Lid

De functionaris voor gegevensbescherming, bedoeld in de artikelen 37 tot en met 39 van de verordening, is verplicht tot geheimhouding van hetgeen hem op grond van een klacht of een verzoek van betrokkene is bekend geworden, tenzij de betrokkene in bekendmaking toestemt.

[Art. 40] Uitzonderingen op verbod geautomatiseerde individuele besluitvorming

[40.1] Lid

Artikel 22, eerste lid, van de verordening geldt niet indien de in die bepaling bedoelde geautomatiseerde individuele besluitvorming, anders dan op basis van profilering, noodzakelijk is om te voldoen aan een wettelijke verplichting die op de verwerkingsverantwoordelijke rust of noodzakelijk is voor de vervulling van een taak van algemeen belang.

Verwijst naar AVG 22.1
[40.2] Lid

Bij de geautomatiseerde individuele besluitvorming, bedoeld in het eerste lid, treft de verwerkingsverantwoordelijke passende maatregelen die strekken tot bescherming van de rechten en vrijheden en gerechtvaardigde belangen van de betrokkene.

[40.3] Lid

Indien de verwerkingsverantwoordelijke geen bestuursorgaan is, dan zijn passende maatregelen als bedoeld in het tweede lid, in ieder geval getroffen indien het recht op menselijke tussenkomst, het recht voor betrokkene om zijn standpunt kenbaar te maken en het recht om het besluit aan te vechten, zijn geborgd.

[Art. 41] Uitzonderingen op rechten betrokkene en plichten verwerkingsverantwoordelijke

Overeenkomst met AVG Art. 23
[41.1] Lid

De verwerkingsverantwoordelijke kan de verplichtingen en rechten, bedoeld in de artikelen 12 tot en met 21 en artikel 34 van de verordening, buiten toepassing laten voor zover zulks noodzakelijk en evenredig is ter waarborging van:

  • de nationale veiligheid;
  • landsverdediging;
  • de openbare veiligheid;
  • de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen, met inbegrip van de bescherming tegen en de voorkoming van gevaren voor de openbare veiligheid;
  • andere belangrijke doelstellingen van algemeen belang van de Europese Unie of van Nederland, met name een belangrijk economisch of financieel belang van de Europese Unie of van Nederland, met inbegrip van monetaire, budgettaire en fiscale aangelegenheden, volksgezondheid en sociale zekerheid;
  • de bescherming van de onafhankelijkheid van de rechter en gerechtelijke procedures;
  • de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van schendingen van de beroepscodes voor gereglementeerde beroepen;
  • een taak op het gebied van toezicht, inspectie of regelgeving die verband houdt, al is het incidenteel, met de uitoefening van het openbaar gezag in de gevallen, bedoeld in de onderdelen a, b, c, d, e en g;
  • de bescherming van de betrokkene of van de rechten en vrijheden van anderen; of
  • de inning van civielrechtelijke vorderingen.
Verwijst naar AVG Art. 34
[41.2] Lid

Bij de toepassing van het eerste lid houdt de verwerkingsverantwoordelijke rekening met in ieder geval, voor zover van toepassing:

  • de doeleinden van de verwerking of van de categorieën van verwerking;
  • de categorieën van persoonsgegevens;
  • het toepassingsgebied van de ingevoerde beperkingen;
  • de waarborgen ter voorkoming van misbruik of onrechtmatige toegang of doorgifte;
  • de specificatie van de verwerkingsverantwoordelijke of de categorieën van verwerkingsverantwoordelijken;
  • de opslagperiodes en de toepasselijke waarborgen, rekening houdend met de aard, de omvang en de doeleinden van de verwerking of van de categorieën van verwerking;
  • de risico's voor de rechten en vrijheden van de betrokkenen; en
  • het recht van betrokkenen om van de beperking op de hoogte te worden gesteld, tenzij dit afbreuk kan doen aan het doel van de beperking.

[Art. 42] Uitzondering op meldplicht datalekken aan de betrokkene

[42] Lid

Artikel 34 van de verordening is niet van toepassing op financiële ondernemingen als bedoeld in de Wet op het financieel toezicht.

Verwijst naar AVG Art. 34

[Art. 43] Uitzonderingen inzake journalistieke doeleinden of academische, artistieke of literaire uitdrukkingsvormen

[43.1] Lid

Deze wet, met uitzondering van de artikelen 1, 2, 3, 4 en 5, eerste en tweede lid, is niet van toepassing op de verwerking van persoonsgegevens voor uitsluitend journalistieke doeleinden en ten behoeve van uitsluitend academische, artistieke of literaire uitdrukkingsvormen.

[43.2] Lid

De navolgende hoofdstukken en artikelen van de verordening zijn niet van toepassing op de verwerking van persoonsgegevens voor uitsluitend journalistieke doeleinden en ten behoeve van academische, artistieke of literaire uitdrukkingsvormen:

  • artikel 7, derde lid, en artikel 11, tweede lid:
  • hoofdstuk III;
  • hoofdstuk IV, met uitzondering van de artikelen 24, 25, 28, 29 en 32;
  • hoofdstuk V;
  • hoofdstuk VI; en
  • hoofdstuk VII.
[43.3] Lid

De artikelen 9 en 10 van de verordening zijn niet van toepassing voor zover de verwerking van de in die artikelen bedoelde gegevens noodzakelijk is voor het journalistieke doel of de academische, artistieke of literaire uitdrukkingsvorm.

[Art. 44] Uitzonderingen inzake wetenschappelijk onderzoek en statistiek

[44] Lid

Indien een verwerking wordt verricht door instellingen of diensten voor wetenschappelijk onderzoek of statistiek, en de nodige voorzieningen zijn getroffen om te verzekeren dat de persoonsgegevens uitsluitend voor statistische of wetenschappelijke doeleinden kunnen worden gebruikt, kan de verwerkingsverantwoordelijke de artikelen 15, 16 en 18 van de verordening buiten toepassing laten.

[Art. 45] Uitzonderingen inzake archivering in het algemeen belang

[45.1] Lid

De artikelen 15, 16, 18, eerste lid, onderdeel a, en 20 van de verordening zijn niet van toepassing bij de verwerking van persoonsgegevens die deel uitmaken van:

  • archiefbescheiden die voor blijvende bewaring berusten bij archiefbewaarplaatsen als bedoeld in artikel 1, onderdeel f, van de Archiefwet 1995; of
  • andere archiefcollecties van blijvende waarde voor het algemeen belang die voor blijvende bewaring berusten bij andere voor het publiek toegankelijke instellingen die geen winstoogmerk hebben en waarvan de activiteiten in hoofdzaak uit publieke middelen worden bekostigd, of waarvan de leden van het bestuursorgaan, het leidinggevend orgaan of het toezichthoudend orgaan voor meer dan de helft door de staat, zijn territoriale lichamen of andere publiekrechtelijke instellingen zijn aangewezen.
[45.2] Lid

Betrokkene heeft het recht om inzage te verkrijgen in de archiefbescheiden, tenzij verzoeken om inzage zodanig ongericht zijn dat deze in redelijkheid niet kunnen worden ingewilligd.

[45.3] Lid

Betrokkene heeft het recht om, in geval van onjuiste persoonsgegevens, zijn eigen lezing aan de desbetreffende archiefbescheiden toe te voegen.

[Art. 46] Verwerking nationaal identificatienummer

[46] Lid

Een nummer dat ter identificatie van een persoon bij wet is voorgeschreven, wordt bij de verwerking van persoonsgegevens slechts gebruikt ter uitvoering van de desbetreffende wet dan wel voor doeleinden bij de wet bepaald.

[Art. 47] Uitzonderingen op rechten betrokkene bij openbare registers

[47.1] Lid

De artikelen 15, 16, 18 en 19 van de verordening zijn niet van toepassing op bij de wet ingestelde openbare registers, indien bij of krachtens die wet een bijzondere procedure voor de verbetering, aanvulling, verwijdering of afscherming van gegevens is geregeld.

[47.2] Lid

Artikel 21 van de verordening is niet van toepassing op bij de wet ingestelde openbare registers.

Verwijst naar AVG Art. 21

[Art. 47a] Tijdelijke commissies en adviescolleges

[47a.1] Lid

Een commissie als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies, dan wel een adviescollege dat is ingesteld op grond van artikel 5 of 6 van de Kaderwet adviescolleges, die voor bepaalde tijd wordt ingesteld bij koninklijk of ministerieel besluit of ministeriele regeling, kan persoonsgegevens verwerken, indien in de instellingsregeling of het instellingsbesluit is opgenomen:

  • de taak van algemeen belang als bedoeld in artikel 6, onderdeel e van de verordening en het doel ten behoeve waarvan de persoonsgegevens worden verwerkt;
  • de verwerkingsverantwoordelijke voor de gegevensverwerking; en
  • de maximale bewaartermijn.
Verwijst naar AVG Art. 6
[47a.2] Lid

In afwijking van artikel 46 kan in de instellingsregeling of het instellingsbesluit worden bepaald dat de commissie of het adviescollege ten behoeve van het in de instellingsregeling of instellingsbesluit opgenomen doel nummers die dienen ter identificatie als bedoeld in artikel 46 kan verwerken. In de instellingsregeling worden passende waarborgen voor de rechten en vrijheden van de betrokkene vastgesteld.

[47a.3] Lid

Gelet op artikel 9, aanhef en onder g, en artikel 10 van de verordening is het verbod om bijzondere categorieën van persoonsgegevens en persoonsgegevens van strafrechtelijke aard te verwerken door een commissie of adviescollege als bedoeld in het eerste lid niet van toepassing indien:

  • de verwerking noodzakelijk is in het kader van een taak van zwaarwegend algemeen belang, die in de instellingsregeling is opgenomen;
  • het vragen van uitdrukkelijke toestemming onmogelijk blijkt of een onevenredige inspanning vergt; en
  • er in de instellingsregeling of instellingsbesluit voldoende passende en specifieke waarborgen zijn opgenomen ter bescherming van de grondrechten en fundamentele belangen van de betrokkene.
Verwijst naar AVG Art. 10
[47a.4] Lid

Indien een commissie of adviescollege als bedoeld in het eerste lid, bijzondere categorieën van persoonsgegevens of persoonsgegevens van strafrechtelijke aard verwerkt, stelt de commissie of het adviescollege voorafgaand aan haar opheffing een verslag op over de wijze waarop deze persoonsgegevens zijn verwerkt.

[47a.5] Lid

Indien een commissie of adviescollege als bedoeld in het eerste lid gegevens over de gezondheid verwerkt, is artikel 30, vierde lid van overeenkomstige toepassing.

[47a.6] Lid

De instellingsregeling of het instellingsbesluit waarin een commissie als bedoeld in het eerste lid wordt ingesteld en waarin een regeling wordt getroffen met betrekking tot de verwerking van bijzondere categorieën van persoonsgegevens of strafrechtelijke persoonsgegevens, wordt onverwijld meegedeeld aan beide kamers der Staten-Generaal.

[Art. 48] Overgangsrecht

[48.1] Lid

Degene die voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet is benoemd als lid van het College bescherming persoonsgegevens, is van rechtswege benoemd als lid van de Autoriteit persoonsgegevens.

[48.2] Lid

Degene die voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet is benoemd als voorzitter van het College bescherming persoonsgegevens, is van rechtswege benoemd als voorzitter van de Autoriteit persoonsgegevens.

[48.3] Lid

Voor het bepalen van het tijdvak van de benoeming, bedoeld in artikel 7, vijfde lid, geldt het tijdvak, vervuld als voorzitter van het College bescherming persoonsgegevens, voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet als een tijdvak, vervuld als voorzitter van de Autoriteit persoonsgegevens.

[48.4] Lid

Op de leden van het College bescherming persoonsgegevens die zijn benoemd of herbenoemd voor 1 januari 2014, blijft artikel 53, derde lid, eerste, tweede en derde volzin, van de Wet bescherming persoonsgegevens van toepassing, zoals dat luidde voor dat tijdstip.

[48.5] Lid

De ambtenaar die voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet is benoemd in het secretariaat van het College bescherming persoonsgegevens, is van rechtswege benoemd als ambtenaar in het secretariaat van de Autoriteit persoonsgegevens.

[48.6] Lid

Besluiten die voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet zijn genomen door het College bescherming persoonsgegevens gelden van rechtswege als besluiten, genomen door de Autoriteit persoonsgegevens.

[48.7] Lid

In wettelijke procedures en rechtsgedingen waarbij het College bescherming persoonsgegevens voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet is betrokken, treedt de Autoriteit persoonsgegevens van rechtswege in de plaats van het College bescherming persoonsgegevens.

[48.8] Lid

Op wettelijke procedures en rechtsgedingen waarbij het College bescherming persoonsgegevens voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet is betrokken, is het recht van toepassing zoals dit gold voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet.

[48.9] Lid

In samenwerkingsprotocollen treedt op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet de Autoriteit persoonsgegevens van rechtswege in de plaats van het College bescherming persoonsgegevens.

[48.10] Lid

Op schriftelijke verzoeken als bedoeld in artikel 46 van de Wet bescherming persoonsgegevens, rechtsgedingen op basis van artikel 49 van de Wet bescherming persoonsgegevens en vorderingen op basis van artikel 50 van de Wet bescherming persoonsgegevens, die op het moment van inwerkingtreding van deze wet reeds aanhangig zijn bij de rechtbank is het recht van toepassing zoals dit gold voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet.

[48.11] Lid

Een verklaring van rechtmatigheid van de gegevensverwerking die voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet is afgegeven op grond van artikel 32, vijfde lid, in samenhang met artikel 22, vierde lid, onder c, van de Wet bescherming persoonsgegevens, geldt van rechtswege als een vergunning in de zin van artikel 33, vierde lid, onder c, van deze wet.

[48.12] Lid

Voor zover deze wet daarin niet voorziet, kunnen bij algemene maatregel van bestuur regels of nadere regels worden gesteld omtrent de invoering van de verordening of deze wet.

[Art. 48a] Overgangsrecht II

[48a.1] Lid

Wijzigt deze wet.

[48a.2] Lid

Wijzigt deze wet.

[48a.3] Lid

Op het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel zijn de ambtenaren van het secretariaat, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van wie naam en functie zijn vermeld op een door Onze Minister in overleg met de Autoriteit persoonsgegevens vastgestelde lijst, van rechtswege ontslagen en aangesteld als ambtenaar in dienst van de Autoriteit persoonsgegevens. De overgang van de in de vorige volzin bedoelde ambtenaren vindt plaats met een rechtspositie die als geheel ten minste gelijkwaardig is aan die welke voor elk van hen gold op de dag voor de datum van inwerkingtreding van dit artikel.

[48a.4] Lid

Onze Minister bepaalt in overeenstemming met Onze Minister van Financiën welke vermogensbestanddelen van de Staat worden toebedeeld aan de Autoriteit persoonsgegevens.

[48a.5] Lid

De in het vierde lid bedoelde vermogensbestanddelen gaan op het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel onder algemene titel over op tegen een door Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Financiën te bepalen waarde.

[48a.6] Lid

Ingeval krachtens het vierde en het vijfde lid registergoederen overgaan, doet Onze Minister van Financiën de overgang van die registergoederen onverwijld inschrijven in de openbare registers, bedoeld in afdeling 2 van titel 1 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek. Artikel 24, eerste lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek is niet van toepassing.

[48a.7] Lid

In wettelijke procedures en rechtsgedingen, waarbij de Autoriteit persoonsgegevens is betrokken, treedt op het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel de Autoriteit persoonsgegevens in de plaats van de Staat dan wel Onze Minister.

[48a.8] Lid

In zaken waarin voor het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel aan de Nationale ombudsman is verzocht een onderzoek te doen dan wel de Nationale ombudsman een onderzoek heeft ingesteld naar een gedraging die kan worden toegerekend aan de Autoriteit persoonsgegevens, treedt de Autoriteit persoonsgegevens op dat tijdstip als bestuursorgaan in de zin van de Wet Nationale ombudsman in de plaats van Onze Minister.

[Art. 48b] Overgangsrecht III

[48b] Lid

Het tweede lid van artikel 46, zoals dat luidde voor inwerkingtreding van artikel I, onderdeel T, van de Verzamelwet gegevensbescherming, blijft van toepassing ten aanzien van die algemene maatregelen van bestuur die voor deze inwerkingtreding reeds waren gebaseerd op deze delegatiegrondslag.

[Art. 49] Samenloop

[49] Lid

Wijzigt deze wet.

[Art. 50] Evaluatie

[50] Lid

Onze Minister zendt binnen drie jaar na de inwerkingtreding van deze wet, en vervolgens telkens na vier jaar, aan de Staten-Generaal een verslag over de effecten van deze wet in de praktijk en over de uitvoering van de wet in de praktijk.

[Art. 51] Intrekking Wet bescherming persoonsgegevens

[51] Lid

De Wet bescherming persoonsgegevens wordt ingetrokken.

[Art. 52] Citeertitel verordening

[52] Lid

Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PbEU 2016, L 119) wordt in overige wetgeving aangehaald als: Algemene verordening gegevensbescherming.

[Art. 53] Inwerkingtreding

[53] Lid

De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

[Art. 54] Citeertitel wet

[54] Lid

Deze wet wordt aangehaald als: Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming.